Blik op de Horizon

BLIK OP DE HORIZON
Op zoek naar een mediaal bewustzijn in Vlaanderen

Stoffel Debuysere
(2006, Dutch, gepubliceerd in ‘De audiovisuele kunsten in Vlaanderen’, De Brakke Grond)

“There are so many symptoms of the transformations to come. There are going to be very violent transformations, both in the world and in the individual’s interior. Today’s crisis comes from spiritual confusion, from confusion of conscience ” (1)

Het kon evengoed gisteren geschreven zijn, maar het citaat is van Michelangelo Antonioni, uit een interview met Jean-Luc Godard, einde jaren 1960, waarin beiden een diepgravend onderzoek voerden naar de basis en de wording van de cinematografische taal van de Italiaanse cineast, een taal die in films zoals L’Avventurra, L’Eclisse en Il Deserto Rosso de vervreemding, ambiguïteit en leegte van het moderne leven weerspiegelde. Al zijn hele leven betracht Antonioni een cinema van het mogelijke, niet van de transparante, eenduidige realiteit. Hij verkiest om de kijker zelf een invulling te geven aan de uithollingen van het mogelijke, ingesloten in zijn beelden, altijd onvolledig, suggestief, ontdaan van eenduidige temporaliteit en narrativiteit. Antonioni duidde een van de kernideeën in zijn werk ooit aan als de ‘event horizon’. Het beschrijven, het verhalen van een gebeurtenis is voor hem als het staan aan de rand van de horizon, altijd klaar om te verschuiven naar een ander perspectief, een ander register, een andere benadering van het verhaal. De horizon vertegenwoordigt dat ene punt van pure potentialiteit, gelinkt aan ons vermogen om te zien wat er is en wat er niet is.

Voor mediamaker Stefaan Decostere, die de anekdote aangaf, vormt de visie van Antonioni niet alleen een bron van inspiratie, maar nog meer van herkenning. Ook hij wijdt zijn werk en zijn leven aan het verkennen van die onbegrensde horizon. Decostere maakte twintig jaar lang documentaires voor de Vlaamse televisieomroep (de VRT), maar liet zich altijd al leiden door weerstand: tegen de tirannie van het absolute spektakel, tegen het verdwijnen van de singulariteit, tegen de rigide en lineaire codes van het televisiemedium, dat zweert bij transparantie en niets dan transparantie. Sinds de jaren 1990 ziet hij zich omringd door kleine stukjes van nieuwsoortige werelden, gemedieerd door nieuwe media, nieuwe ecologieën en socio-technologische paradigmaverschuivingen. Maar we zijn nog steeds niet in deze werelden - we zullen, aldus Decostere, nooit volledig in deze werelden zijn, maar altijd in een staat van wording, de blik gericht op de horizon (2). Met Cargo, een van de werkplaatsen rond nieuwe media die in Vlaanderen sinds kort zijn erkend binnen het ‘Kunstendecreet’, heeft hij een participatieve context gecreëerd om die wereld van mogelijkheden te verkennen, een genetwerkte wereld waar oude en nieuwe media, privaat en publiek, fysiek en virtueel, formeel en informeel, elkaar ontmoeten. Steeds staat de utopie van het verzet centraal, de weerbaarheid tegen het dominante economische en maatschappelijke mediagebruik, daarbij in meer dan een opzicht refererend naar de ideeën van Michael Hardt en Antonio Negri – wiens Empire en Multitude ondertussen zowat de bijbels van de andersglobalisten zijn geworden.

Aanleunend bij hun invloedrijk gedachtegoed wijst een toenemend aantal mediatheoretici (in onze contreien o.a. Dieter Lesaghe) en –activisten op het democratisch potentieel van collaboratieve en genetwerkte processen en het belang van het demystifiëren van technologie en media. Immers: enkel door het gebruik, de appropriatie en ‘détournement’ van media kan een nieuw mediaal bewustzijn ontstaan; enkel door een transgressie van de protocols waarop communicatienetwerken zijn gebaseerd en de ‘black box’ die de interfaces en besturingssystemen van onze computers omgeeft, kunnen nieuwe subjectiviteiten worden ontwikkeld; enkel door het kritisch en filosofisch ontmantelen van en het bewust omgaan met media kunnen sociale reflecties en transformaties worden gegenereerd. ”Talking back to the media”, zoals dit proces werd genoemd in de jaren 1980, toen een groeiend aantal ‘hackers’, ‘crackers’, ontwikkelaars van vrije software en media-activisten wereldwijd hun eigen communicatiekanalen openden en lieten zien dat media er niet enkel zijn voor consumptie, maar ook voor creatie. In Vlaanderen is er, in tegenstelling tot Nederland bijvoorbeeld, nooit een dergelijke zichtbare, lokaal maatschappelijk ingebedde beweging geweest, wat een van de mogelijke verklaringen is voor het ogenschijnlijke gebrek aan een breed gedragen nieuwe-mediacultuur.

En toch. Een blik op het gros van de initiatieven rond ‘nieuwe media’ in Vlaanderen onthult een grote diversiteit en, in enkele gevallen, radicaliteit. De positieve utopie leeft niet enkel bij Cargo, maar ook bij organisaties zoals Constant, die het democratisch potentieel van het internet onderzoekt, als een post-industriële ruimte voor “immateriële” vormen van creativiteit en sociale relaties, of bij Crew, het collectief gecentreerd rond multimedia kunstenaar Eric Joris, die nieuwe technologieën onderzoekt op hun theatraal potentieel en immersieve ‘tijdelijke autonome zones’ creëert, waar de utopische tijd en ruimte radicaal versmelten. Ook Workspace Unlimited en LAb[au] exploreren, elk vanuit hun eigen dispositief en visie, de relatie tussen realiteit en virtualiteit, voornamelijk op het gebied van architectuur en urbanisme. Veel van die initiatieven genereren bovendien een internationale bijklank. Zo raakt Tale of Tales, zijnde het duo Michaël Samyn en Auriea Harvey, bij een steeds breder wordend publiek een gevoelige snaar met ‘The Endless Forrest’, een ‘jeu d’auteur’ die de codes van de game-cultuur uitholt en de computergame bevordert tot een medium voor persoonlijke expressie en poëzie.

Ook de grote kunst- en cultuurinstellingen in Vlaanderen gaan zich stapsgewijs positioneren binnen de digitale informatiemaatschappij, niet in het minst vanuit een bewustzijn van de verschuiving van een massa- naar een parallelcultuur en de opportuniteiten inzake de verbreding, verdieping en vernieuwing van publieksparticipatie. Nieuwe kanalen voor communicatie en interactie worden aangeboord. Audiovisuele en nieuwe media krijgen steeds vaker een plaatsje binnen de programma’s en de ruimtes, die traditioneel voorbehouden zijn aan performancekunsten. Die implementatie levert wel eens contextuele of infrastructurele wrijvingen op, maar jonge festivals zoals Artefact (in STUK, Leuven) zijn in sneltempo de groeipijnen ontschoten en bieden vandaag een waardevol kader voor (re)presentatie en reflectie. Initiatieven zoals deze, die nieuwe media benaderen vanuit een uitgesproken en kritische meta-visie, vormen ongetwijfeld broodnodige gangmakers voor de ontwikkeling van een mediacultuur, gekenmerkt door creativiteit en een kritische attitude, geprikkeld door innovatie, wars van fetisjisme of ritualisering van technologie an sich.

De wedloop naar innovatie dringt steeds sterker door in alle aspecten van de samenleving, ook in Vlaanderen. De recente oprichting, onder impuls van de Vlaamse overheid, van het IBBT, het ‘Interdisciplinair instituut voor BreedBandTechnologie’, komt tegemoet aan de vraag naar internationale slagkracht en positionering op het vlak van ICT. Binnen het IBBT worden via een coöperatief model de krachten gebundeld van bedrijven en universitaire onderzoeksgroepen, in de eerste plaats ten dienste van het bedrijfsleven en de overheid. De geïnstitutionaliseerde cultuurwereld kan enkel achterop hinken, of in enkele gevallen dienst doen als ‘demonstrator’, mediator of ‘user’ (3). Een gevolg van culturele fricties, institutionele of economische wanverhoudingen, koudwatervrees of een gebrek aan kennis? Kan het ook anders? Een organisatie als Crew, die op structurele basis samenwerkt met een afdeling van de universiteit van Hasselt, of creatieve producenten zoals Angelo Vermeulen, die zijn projecten, die zich op de vele diagonalen tussen kunst en wetenschap situeren, vaak ontwikkelt in samenwerking met industriële en academische partners, komen wel tot een reflectieve en evenwichtige dialoog. Hier kan wel een balans worden gevonden tussen experiment en functionaliteit, tussen creatieve exploratie en onderzoeksagenda’s, vanuit het onvermijdelijke besef dat ook wetenschap en technologische ontwikkeling gerelateerd zijn met culturele preconcepties, tradities en metaforen. De belangrijkste stimulansen zijn niet te vinden in de compatibiliteit of vertaalbaarheid van uiteenlopende protocols of doelstellingen, maar het zijn juist de verschillen die maatschappelijke betekenis en emotionele resonantie kunnen genereren, die ruimte creëren voor de verbeelding. Juist de diversiteit aan invalshoeken, werkprocessen en theorievormen vormt een groot potentieel binnen nieuwe media, niet de globale eenvormigheid.

Hoe kan in een gefragmenteerd medialandschap een duurzame grondslag en schaal worden gegeven aan mediacultuur? Nu ’nieuwe media’ in alle geledingen van onze levens zijn doorgedrongen, gaat het niet langer enkel om de vraag hoe ze functioneren, maar wat er mee gedaan kan worden. Nieuwe media, niet als instrument, maar als omgeving. Wat ontbreekt in Vlaanderen is een klimaat waar onderzoekers, mediamakers, designers, cultuurtheoretici en programmators, uit verschillende omgevingen, met verschillende specificiteiten en subjectiviteiten, een glokale collaboratieve dialoog kunnen aangaan, waar vanuit een kritisch, zelfs utopisch engagement en gelijkwaardigheid praktijken kunnen worden onderzocht, bevraagd en getransformeerd, waar belang wordt gehecht aan het constructieve leren (in contrast met het instructieve), het vormen door ervaren. Dit proces kan niet worden gedomineerd door gepredetermineerd doelstellingen. Tools en vaardigheden mogen niet worden gehecht aan een vaste instrumentaliteit. Er kan geen sprake zijn van een vastomlijnd curriculum, zelfs niet van de ontwikkeling ervan. Ik vraag je: hoe zou anders ruimte kunnen bestaan voor experiment, verbeelding, speelsheid en bevraging (4)? Hoe kunnen we anders de horizon blijven aftasten, een wereld in wording, een wereld van mogelijkheden?

Web:
Cargo: www.cargovzw.be/sis5.php
Constant: www.constantvzw.com/
Crew: www.crewonline.org
Workspace Unlimited: www.workspace-unlimited.org
LAb[au]: www.lab-au.com
Tale of Tales: www.tale-of-tales.com
Artefact: www.artefact.vlaamsbrabant.be
IBBT: www.ibbt.be
meer info op de site van het Digitaal Platform: www.digitaalplatform.be

1. Robert Lyons, Michelangelo Antonioni’s Neo-Realism: A World View, New York, Arno Press,1974
2. Stefaan Decostere, Dit is als of dat, een onversneden bouwpakket, 2005. www.becoming.be
3. Kunstencentrum de Vooruit neemt een plaats in binnen twee IBBT projecten: Virtual Arts Centre of the Future (VACF o.a. in samenwerking met Workspace Unlimited) en Wireless Building
4. Automation (WBA). Meer info op www.ibbt.be en in het rapport Breedband en eCultuur (IAK/IBK, www.digitaalplatform.be )
5. Inspiratie werd o.a. geput uit de mission statements van het Ankur/Sarai Cybermohalla Centrum in Delhi, Indië.